FRIESLAND – Afgelopen woensdag 12 april is in de Statencommissie de langetermijnvisie vaarwegen en havens aan de orde gesteld. Het stuk dat daar op tafel lag, heeft de SP zeer verbaasd. Op enkel financieel-economische gronden, dat wil zeggen een eenvoudige kosten-batenanalyse, besluiten Gedeputeerde Staten (GS) om de vaarweg naar Heerenveen wel aan te pakken en die naar Drachten af te voeren. Een voor de SP onbegrijpelijke prioriteitsvolgorde. Een prioriteitsvolgorde die alleen maar verklaarbaar is door de eenzijdigheid van het stuk.
Woensdagavond ging het over de vraag waaraan het stuk volgens Provinciale Staten wel aan zou moeten voldoen. Statenlid Jacob W. van der Hoek, woordvoerder namens de SP: “Om te beginnen zouden we een veel bredere afweging willen zien. We kiezen voor een betere scheiding tussen recreatievaart en beroepsvaart. Verder willen we natuurgebieden ontzien, we mogen niet alleen voor economische doelen kiezen. Bovendien moeten we ook rekening houden met de belangen van watersportbedrijven langs de route.”
De provincie kiest voor bevordering van het transport over water ten koste van transport over de weg. Van der Hoek: “Alle voorgaande keuzes zijn in het stuk van GS niet terug te vinden. Wat we volgens de SP moeten hebben is een brede maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA), waarin alle genoemde elementen mee moeten worden genomen. We zijn ervan overtuigd dat dit een andere uitkomst op zal leveren.”
Daarnaast plaatst de SP ook inhoudelijk en technisch een aantal kanttekeningen. Van der Hoek: “Wat doen we met de belangen van Terherne en Earnewâld? Hoe gaan we om met de belangen van familiebedrijven die in klasse IV varen? Maakt schaalvergroting bredere vaarwegen nodig of faciliteren bredere vaarwegen de schaalvergroting? Wat is het effect van de verschuiving in de recreatievaart van eigen boten naar verhuur? Laat de verbinding naar Heerenveen wel intensiever gebruik toe? Zo kunnen we wel een tijdje doorgaan, maar laten we eerst die MKBA maar uitvoeren, dan krijgen we al een heleboel antwoorden op deze vragen.”